Normen en regelgeving

Minimale thermische isolatie en energetische overwegingen

De oorzaken en gevolgen van koudebruggen en mogelijkheden om deze te voorkomen zijn terug te vinden in diverse normen en regelgeving. Met de voortdurend strengere bouwnormen wordt ook het onderwerp koudebruggen steeds belangrijker.

Welke normen bestaan er ten aanzien van thermische isolatie van de gebouwschil? Welke eisen worden gesteld aan thermische bruggen en wat betekent dit? Lees meer over de Nederlandse en Europese normering in dit hoofdstuk. Van de warmtetransmissie in gebouwen in de NEN 1068:2012 tot de Europese bepalingsmethode in de NEN-EN-ISO 10211.

De NEN 1068 beschrijft de bepaling van het warmteverlies door transmissie van een gebouw, uitgedrukt in de waarde HT [W/K]. Het warmteverlies wordt bepaald door vier waarden:

  • HD: het warmteverlies tussen binnen en de buitenlucht;
  • Hg: het warmteverlies via de grond;
  • Hu: het warmteverlies via een aangrenzende onverwarmde ruimte (bijvoorbeeld een trappenhuis);
  • HA: het warmteverlies via een aangrenzende verwarmde ruimte (gelijkgesteld aan 0 W/K).

Bij de bepaling van de HT wordt rekening gehouden met het warmteverlies via oppervlaktes en via lineaire thermische bruggen. In NEN 1068 is de methode voor het bepalen van het verliesoppervlak en de lengte van de thermische bruggen beschreven. Daarnaast is de bepalingsmethode voor de thermische kwaliteit van constructies en van lineaire thermische bruggen beschreven. Tevens is een bepalingsmethode gegeven voor de χ-waarde (zie paragraaf 3.5). Regelmatig voorkomende puntvormige aansluitingen zoals bevestigingshulpmiddelen (ankers) worden meegenomen in de bepaling van de warmteweerstand van een constructie.

NEN 1068 wordt vanuit het Bouwbesluit aangestuurd als bepalingsmethode voor de warmteweerstand en warmtedoorgangscoëfficiënt van constructies. In het Bouwbesluit worden eisen gesteld aan de thermische kwaliteit van constructies. Voor nieuwbouw gelden per 01-01-2015 de volgende eisen:

  • Vloeren Rc ≥ 3,5 m²K/W (niet gewijzigd)
  • Gevels Rc ≥ 4,5 m²K/W
  • Daken Rc ≥ 6,0 m²K/W

Vanuit NEN 7120 (EPC-berekening) wordt de bepalingsmethode van het warmteverlies door transmissie aangestuurd.

In NEN 2778 is, onder andere, de bepalingsmethode van de binnenoppervlaktetemperatuur beschreven. Daarbij komt de modellering van een aansluiting (detail) aan de orde. Deze is van belang bij de invoer van een knooppunt in het rekenmodel volgens de eindige-elementen-methode. Tevens worden de te hanteren uitgangspunten beschreven voor de berekening van de binnenoppervlaktetemperatuur.

NEN 2778 wordt vanuit het Bouwbesluit aangestuurd als bepalingsmethode voor de ƒ-factor.

In NEN 7120 is de berekening van de EnergiePrestatieCoëfficiënt (EPC) beschreven. Met de EPC-berekening wordt het gebouwgebonden energiegebruik bepaald. Naast het ontwerp en de bouwkundige kenmerken van het gebouw zijn ook de installatietechnische eigenschappen van het gebouw van belang. Het energiegebruik voor verwarming, warm tapwater, koeling/zomercomfort, ventilatoren en verlichting wordt bepaald. Het opwekken van energie, door bijvoorbeeld PV-panelen, wordt in de EPC-berekening gewaardeerd.

Uitkomst van de EPC-berekening is een getal; hoe lager de uitkomst, hoe energiezuiniger het gebouw is.

NEN 7120 wordt vanuit het Bouwbesluit aangestuurd. In het Bouwbesluit wordt er per gebruiksfunctie een eis aan de uitkomst van de EPC gesteld. Conform het Bouwbesluit is per 01-01-2015 de EPC eis ≤ 0,4 voor woongebouwen.

NEN-EN-ISO 13788 is een Europese norm waarin de Glaser-methode beschreven is. Aan inwendige condensatie wordt in het Bouwbesluit geen eisen gesteld; de bepalingsmethode wordt dan ook niet in het Bouwbesluit aangestuurd.

NEN-EN-ISO 6946 is een Europese norm waarin de bepalingsmethode voor de warmteweerstand voor constructies beschreven is. De norm is de basis voor NEN 1068, die in het Bouwbesluit is aangestuurd.

NEN-EN-ISO 10211 is de Europese norm die als basis heeft gediend voor de Nederlandse NEN 2778. De bepalingsmethode voor warmtestromen en oppervlaktetemperatuur is in de norm beschreven.

Met het PassivHaus Projektierung Protokoll PHPP-NL rekenmodel kan de warmtebehoefte van een gebouw worden bepaald. Doorgaans wordt dit rekenmodel gebruikt om aan te tonen dat er voldaan wordt aan de voorwaarden van 'Passief Bouwen'. Belangrijke voorwaarden voor het ontwerp zijn daarbij:

  • Een maximale warmtebehoefte van 15 kWh/m2;
  • Een maximale luchtdoorlatendheid van n50 van 0,6 h-1 (infiltratievoud).